Beproevingen en Moeilijkheden

O Gij, Wiens beproevingen een heilzaam middel zijn voor hen die U nabij zijn, Wiens zwaard het vurige verlangen is van allen die U liefhebben, Wiens pijl de dierbaarste wens is van de harten die naar U hunkeren, Wiens gebod de enige hoop is van hen die Uw waarheid erkennen! Ik smeek U, bij Uw goddelijke lieflijkheid en bij de pracht van de glorie van Uw aangezicht, datgene tot ons neer te zenden uit Uw afzondering in den hoge waardoor wij nader tot U kunnen komen. Maak ons standvastig in Uw Zaak, o mijn God, verblijd ons hart met de pracht van Uw kennis, en verlicht ons gemoed met de glans van Uw namen.

Bahá’u’lláh

Ere zij U, o mijn God! Hoe zouden Uw ware minnaars anders worden herkend dan door de beproevingen die zij te verduren krijgen op Uw pad; en hoe zou de rang van hen die hevig naar U verlangen anders kunnen worden onthuld dan door de beproevingen die zij uit liefde voor U verdragen? Uw macht is mij tot getuige! Allen die U aanbidden hebben hun tranen tot metgezel, en zij die U zoeken worden vertroost door hun eigen kreunen, en zij die zich tot U haasten hebben de scherven van hun gebroken hart tot voedsel.
Hoe zoet smaakt mij de bitterheid des doods op Uw pad, en hoe waardevol acht ik de pijlen van Uw vijanden die ik het hoofd bied omwille van het verheerlijken van Uw woord! Laat mij in Uw Zaak, o mijn God, met diepe teugen drinken van al wat Gij verlangt, en zend mij in Uw liefde al hetgeen Gij hebt verordend. Bij Uw heerlijkheid! Ik wens slechts hetgeen Gij wenst en koester hetgeen Gij koestert. In U heb ik te allen tijde mijn gehele hoop en vertrouwen gesteld.
Ik smeek U, o mijn God, laat als helpers van deze Openbaring diegenen opstaan die Uw Naam en Uw soevereiniteit waardig geacht worden, dat zij mij zullen gedenken onder Uw schepselen en de vaandels van Uw zegen in Uw land zullen heffen.
Machtig zijt Gij te doen naar Uw behagen. Geen God is er dan Gij, de Helper in nood, de Bij- zich- bestaande.

Bahá’u’lláh

Verheerlijkt zijt Gij, o Heer mijn God! Ieder weldenkend mens belijdt Uw soevereiniteit en Uw heerschappij, en ieder onderscheidend oog neemt de grootheid van Uw majesteit en de onweerstaanbare kracht van Uw macht waar. De storm van bezoekingen kan hen die U nabij zijn niet beletten om hun gelaat naar de horizon van Uw glorie te richten, en de stormen van beproevingen zullen er niet in slagen hen die Uw wil geheel zijn toegewijd te belemmeren Uw hof te naderen, of hen ervan weg te houden.
Mij dunkt, de lamp van Uw liefde brandt in hun hart en het licht van Uw genegenheid is ontstoken in hun borst. Zij kunnen niet door tegenslagen van Uw Zaak vervreemd worden, en de wisselvalligheden van het lot kunnen hen nooit doen afdwalen van Uw welgevallen.
Ik smeek U, o mijn God, bij hen en bij de hartgrondige zuchten die zij slaken in hun gescheiden zijn van U, hen te beschermen tegen het kwaad van Uw tegenstanders en hun ziel te voeden met hetgeen Gij beschikt hebt voor Uw geliefden die geen angst zullen kennen en die geen leed berokkend zal worden.

Bahá’u’lláh

Verdrijf mijn verdriet met Uw milddadigheid en Uw grootmoedigheid, o God, mijn God, en verban mijn smart door Uw soevereiniteit en Uw macht. Gij ziet mij, o mijn God, met naar U geheven gelaat nu leed mij aan alle kanten omgeeft. Ik smeek U, o Gij die de Heer zijt van alle zijn en die alle dingen, zichtbaar en onzichtbaar, beschut, bij Uw Naam waarmee Gij hart en ziel der mensen onderwerpt, en bij het deinen van de Oceaan Uwer genade en de pracht van de Dagster Uwer milddadigheid, mij te rekenen tot hen die door niets worden belet hun gelaat tot U te heffen, o Gij Heer aller namen en Maker der hemelen!
Gij ziet, o mijn Heer, hetgeen mij in Uw dagen is overkomen. Ik smeek U, bij Hem die het ochtendgloren Uwer namen en de dageraadsplaats Uwer eigenschappen is, datgene voor mij te bestemmen wat maakt dat ik kan opstaan om U te dienen en Uw deugden te prijzen. Gij zijt waarlijk de Almachtige, de Almogende, die de gebeden aller mensen pleegt te verhoren!
En ten laatste smeek ik U, bij het licht van Uw aanschijn, mijn aangelegenheden te zegenen, mijn schulden te vereffenen en mijn behoeften te bevredigen. Gij zijt Degeen van Wiens macht en van Wiens heerschappij iedere tong getuigt, en Wiens majesteit en Wiens soevereiniteit ieder begrijpend hart erkent. Geen God is er dan Gij, die luistert en bereid zijt te antwoorden.

Bahá’u’lláh

Geprezen en verheerlijkt zijt Gij, o mijn God! Ik smeek U, bij het zuchten van hen die U liefhebben en bij de tranen vergoten door hen die ernaar verlangen U te aanschouwen, mij in Uw Dag Uw tedere genade niet te onthouden, en mij de melodieën van de Duif die Uw één-zijn verheerlijkt in het licht dat van Uw gelaat straalt niet te ontzeggen. Ik verkeer in nood, o God! Zie hoe ik mij stevig vasthoud aan Uw Naam, de Albezitter. Ik zal zeker ten onder gaan; zie hoe ik mij vastklamp aan Uw Naam, de Onvergankelijke. Ik smeek U daarom bij Uzelf, de Verhevene, de Allerhoogste, mij niet over te laten aan mijn eigen ik en aan de verlangens van een verdorven aard. Houdt Gij mijn hand vast met Uw hand van macht, en verlos mij uit de diepten van mijn fantasieën en nutteloze verbeeldingen, en zuiver mij van al wat U weerzinwekkend is.
Zorg dan dat ik mij geheel tot U keer, mijn gehele vertrouwen in U stel, bij U schuil en naar Uw aangezicht vlucht. Gij zijt waarlijk Degeen die door de kracht van Zijn macht al wat Hij wenst doet, en door de macht van Zijn wil al wat Hij verkiest beveelt. Niemand kan de werking van Uw gebod weerstaan; niemand kan het verloop van Uw beschikking wijzigen. Gij zijt in waarheid de Almachtige, de Alglorierijke, de Milddadigste.

Bahá’u’lláh

Is er iemand die moeilijkheden wegneemt buiten God? Zeg: Ere zij God! Hij is God! Allen zijn Zijn dienaren, en allen verblijven bij Zijn gebod!

De Báb

Gij weet zeer wel, o mijn God, dat ik vanuit alle richtingen word overstelpt door rampspoed en dat niemand dan Gij deze kan verdrijven of omvormen. Vanuit mijn liefde voor U ben ik er vast van overtuigd dat Gij geen ziel ooit rampspoed zal doen overkomen tenzij Gij zijn rang in Uw hemels Paradijs wenst te verhogen en zijn hart in dit aardse leven wenst te schragen met de schans van Uw algebiedende kracht, opdat het niet zal neigen naar de ijdelheden van deze wereld. Gij zijt zekerlijk gewaar dat Uw gedachtenis mij onder alle omstandigheden veel dierbaarder is dan het bezit van al wat in de hemelen en op aarde is.
Sterk mijn hart, o mijn God, in gehoorzaamheid aan U en in liefde tot U, en sta toe dat ik bij de gehele schare van Uw tegenstanders vandaan mag blijven. Waarlijk, ik zweer bij Uw glorie dat ik naar niets dan U smacht, niets verlang buiten Uw erbarmen, en uitsluitend beducht ben voor Uw gerechtigheid. Ik smeek U mij en ook hen die Gij liefhebt te vergeven hoe het U dan ook behaagt. Waarlijk, Gij zijt de Almachtige, de Milddadige.
Onmetelijk verheven zijt Gij, o Heer van hemel en aarde, boven de lof van alle mensen, en vrede zij met Uw getrouwe dienaren en glorie zij God, de Heer aller werelden.

De Báb

Ik smeek U bij Uw macht, o mijn God! Laat mij geen kwaad overkomen in tijden van beproevingen, en houd mij in ogenblikken van achteloosheid op het rechte pad door Uw bezieling. Gij zijt God, machtig zijt Gij te doen wat Gij wenst. Niemand kan Uw wil weerstaan of Uw plan verhinderen.

De Báb

O Heer! Gij zijt Degeen die alle smart wegneemt en iedere kwelling verdrijft. Gij zijt Degeen die alle verdriet uitbant en elke slaaf vrijmaakt, de bevrijder van elke ziel. O Heer! Verlos ons door Uw genade, en schaar mij onder diegene van Uw dienaren die gered zijn.

De Báb

Ga naar: Overzicht Gebeden