Bescherming

Geprezen zijt Gij, o Heer mijn God! Gij ziet en weet dat ik Uw dienaren heb gemaand zich in geen andere richting te wenden dan in de richting van Uw gaven, en hen heb bevolen niets anders in acht te nemen dan hetgeen Gij in Uw Duidelijke Boek hebt voorgeschreven, het Boek dat is neergezonden overeenkomstig Uw ondoorgrondelijk besluit en onherroepelijk plan.
Ik kan geen woord uiten, o mijn God, tenzij Gij mij dit toestaat, en ik kan mij in geen enkele richting begeven tot Gij mij toestemming verleent. Gij zijt het, o mijn God, die mij tot leven hebt geroepen door de kracht van Uw macht, en mij hebt begiftigd met Uw genade om Uw Zaak te openbaren. Ik ben daarom onderworpen aan tegenslagen die mijn tong beletten U te loven en Uw glorie te verheerlijken.
Alle lof zij U, o mijn God, voor de dingen die Gij voor mij hebt beschikt door Uw gebod en door de macht van Uw soevereiniteit. Ik smeek U mij en ook hen die mij liefhebben te sterken in onze liefde voor U en ons standvastig te laten blijven in Uw Zaak. Ik zweer bij Uw macht! O mijn God! Schande is het voor Uw dienaar om als door een sluier van U gescheiden te zijn, en roem is het voor hem U te kennen. Gewapend met de macht van Uw Naam kan niets mij ooit deren, en met Uw liefde in mijn hart kunnen alle rampspoeden van de wereld mij geenszins verontrusten.
Zend daarom neer, o mijn Heer, tot mij en mijn geliefden hetgeen ons zal beschermen tegen het kwaad van hen die Uw waarheid afwijzen en niet in Uw tekenen geloven.
Gij zijt waarlijk de Alglorierijke, de Almilddadige.

Bahá’u’lláh

 

Geprezen zijt Gij, o Heer mijn God! Dit is Uw dienaar die met diepe teugen de wijn van Uw tedere barmhartigheid uit de handen van Uw genade heeft gedronken en de smaak van Uw liefde in Uw dagen heeft geproefd. Ik smeek U bij de belichamingen van Uw namen die zich door geen enkel leed laten beletten zich te verheugen in Uw liefde of hun blik op Uw gelaat te laten rusten, en die zich door geen enkele schare van achtelozen af laten brengen van het pad van Uw welbehagen, hem te voorzien van het goede dat Gij bezit, en hem tot zulk een hoogte te verheffen dat hij de wereld zal beschouwen als slechts een schaduw die sneller dan een oogwenk voorbij vliedt.
Behoed hem dan ook voor al wat Gij verafschuwt, o mijn God, door de kracht van Uw onmetelijke majesteit. Gij zijt waarlijk zijn Heer en de Heer aller werelden.

Bahá’u’lláh

 

Geloofd zij Uw Naam, o Heer mijn God! Ik smeek U bij Uw Naam waardoor het uur heeft geslagen en de wederopstanding is geschied, en angst en beven allen die in de hemel zijn en allen die op aarde zijn heeft gegrepen, om vanuit de hemel van Uw erbarmen en de wolken van Uw tedere mededogen datgene te laten neerregenen wat het hart van Uw dienaren zal verblijden, zij die zich tot U hebben gekeerd en Uw Zaak hebben geholpen.
Behoed Uw dienaren en dienaressen voor de pijlen van ijdele waan en nutteloze verbeelding, o mijn Heer, en schenk hun een teug van de kabbelende wateren van Uw kennis uit de hand van Uw genade.
Gij zijt waarlijk de Almachtige, de Verhevenste, de Immervergevende, de Grootmoedigste.

Bahá’u’lláh

 

O God, mijn God! Ik ben van mijn huis vertrokken, mij vastklemmend aan het koord van Uw liefde, en ik heb mij geheel aan Uw zorg en Uw bescherming toevertrouwd. Ik smeek U bij Uw kracht, waarmee Gij Uw geliefden hebt beschermd tegen de eigenzinnigen en de verdorvenen, tegen iedere weerspannige onderdrukker en tegen iedere boosaardige die ver van U is afgedwaald, om mij met Uw milddadigheid en Uw genade te beschermen. Laat mij dan door Uw kracht en Uw macht naar mijn huis terugkeren. Gij zijt waarlijk de Almachtige, de Helper in Nood, de Bij-zich-bestaande.

Bahá’u’lláh

 

In Naam van Hem, de Verhevene, de Allerhoogste, de Subliemste!
Verheerlijkt zijt Gij, o Heer mijn God! O Gij die mijn God zijt, en mijn Meester, en mijn Heer, en mijn Steun, en mijn Hoop, en mijn Schuilplaats, en mijn Licht. Ik vraag U, bij Uw verborgen en welbewaarde Naam die niemand buiten Uzelf kent, de drager van deze Tafel te behoeden voor alle rampspoed en pestilentie, voor iedere boosaardige man of vrouw, voor het kwaad van de boosdoeners en voor de samenzweringen van de ongelovigen. Bewaar hem bovendien, o mijn God, voor alle pijn en kwelling, o Gij die de heerschappij over alle dingen in Uw hand houdt. Gij hebt waarlijk macht over alle dingen. Gij doet naar Uw wil en beschikt naar Uw behagen.
O Gij Koning der koningen! O Gij liefderijk Heer! O Gij Bron van aloude milddadigheid, van genade, van weldaad en gaven! O Gij Genezer van ziekten! O Gij Leniger van noden! O Gij Licht van het licht! O Gij Licht boven alle lichten! O Gij Openbaarder van iedere Manifestatie! O Gij de Meedogende! O Gij de Genadige! Weest Gij barmhartig voor de drager van deze Tafel door Uw allergrootste barmhartigheid en Uw overvloedige genade, o Gij de Genadige, Gij de Milddadige. Beschut hem bovendien, door Uw bescherming, voor al wat hij met hart en verstand weerzinwekkend vindt. Van degenen die met macht bekleed zijn zijt Gij waarlijk de machtigste. De Glorie van God ruste op u, o gij rijzende zon! Leg getuigenis af van hetgeen God van Zichzelf heeft getuigd, dat er geen ander God is buiten Hem, de Almachtige, de Meestgeliefde.

Bahá’u’lláh

 

Leid Uw dienaren, o mijn Heer, naar het hof van Uw gunst en milddadigheid en laat hen niet verstoken zijn van de wonderen van Uw genade en van Uw menigvuldige zegeningen. Want zij weten niet wat Gij voor hen hebt beschikt krachtens Uw barmhartigheid die de gehele schepping omvat. O Heer, uiterlijk zijn zij zwak en hulpeloos, en innerlijk zijn zij slechts wezen. Gij zijt de Almilddadige, de Weldadige, de Verhevenste, de Grootste. O mijn God, laat Uw felle toorn niet op hen neerkomen en zorg dat zij wachten tot de tijd dat de wonderen van Uw barmhartigheid zullen zijn geopenbaard, opdat zij tot U mogen terugkeren en U om vergiffenis vragen voor alles wat zij U hebben aangedaan. Waarlijk, Gij zijt de Vergevende, de Albarmhartige.

Bahá’u’lláh

 

Beschik voor mij en voor hen die in U geloven, o mijn Heer, hetgeen naar Uw oordeel het beste voor ons is, zoals beschreven in het Moederboek, want Gij houdt de vastgestelde maat van alle dingen in Uw greep.
Uw goede gaven worden onophoudelijk uitgestort over hen die Uw liefde koesteren, en de wondere tekenen van Uw hemelse genadegaven worden overvloedig geschonken aan hen die Uw goddelijke eenheid erkennen. Wat Gij ook maar voor ons bestemt vertrouwen wij toe aan Uw zorg, en wij smeken U ons al het goede dat Uw kennis behelst te schenken.
Bescherm mij, o mijn Heer, tegen ieder kwaad dat Gij in Uw alwetendheid kent, daar er kracht noch sterkte is dan in U, geen overwinning mogelijk is dan vanuit Uw tegenwoordigheid en het alleen aan U is om te bevelen. Wat God wil geschiedt, en wat Hij niet wil zal niet geschieden.
Er is kracht noch sterkte dan in God, de Verhevenste, de Machtigste.

De Báb

 

Glorie zij U, o God! Gij zijt de God die vóór alle dingen bestond, die na alle dingen zal bestaan en die voorbij alle dingen voortduurt. Gij zijt de God die alle dingen kent en over alle dingen heerst. Gij zijt de God die alle dingen barmhartig behandelt, die over alle dingen recht spreekt en Wiens blik alle dingen omvat. Gij zijt God mijn Heer, Gij weet waar ik sta, Gij ziet en kent mijn innerlijk en mijn uiterlijk.
Schenk mij en de gelovigen die gehoor hebben gegeven aan Uw roep Uw vergeving. Weest Gij mijn toereikende helper tegen het onheil van degenen die mij verdriet willen berokkenen of kwaad toewensen. Waarlijk, Gij zijt de Heer van al het geschapene. Gij zijt eenieder toereikend, terwijl niemand zonder U kan bestaan.

De Báb

 

In Naam van God, de Heer van overweldigende majesteit, de Algebiedende.
Geheiligd zij de Heer in Wiens hand de bron van heerschappij ligt. Hij schept wat Hij ook maar wil door Zijn gebiedend Woord “Wees” en het is. Immer heeft de kracht van gezag aan Hem behoord en deze zal Hem blijven behoren. Hij schenkt de overwinning aan wie het Hem behaagt door de kracht van Zijn bevel. Hij is in waarheid de Krachtige, de Almachtige. Hem behoren alle glorie en majesteit van het koninkrijk van openbaring en schepping en al wat daartussen is toe. Waarlijk, hij is de Machtige, de Alglorierijke. Sedert het begin der tijden is Hij de bron van onbedwingbare kracht geweest en dat zal Hij voor eeuwig blijven. Hij is voorwaar de Heer van macht en kracht. Alle koninkrijken van hemel en aarde en al wat daartussen is zijn van God en Zijn kracht overtreft alle dingen. Alle schatten van hemel en aarde en alles daartussen behoren aan Hem, en Zijn bescherming omvat alle dingen. Hij is de Schepper van de hemelen en de aarde en al wat daartussen is, en Hij is waarlijk getuige van alle dingen. Hij is de Heer des oordeels voor allen die in de hemelen en op aarde en al wat daartussen is verblijven, en God oordeelt werkelijk snel. Hij bepaalt de maatstaf waarmee allen in de hemelen en op aarde en al wat daartussen is worden beoordeeld. Waarlijk, Hij is de Opperste Beschermer. Hij houdt de sleutels van hemel en aarde en van alles daartussen in Zijn greep. Naar Zijn goeddunken schenkt Hij gaven door de kracht van Zijn bevel. Voorwaar, Zijn genade omvat allen, en Hij is de Alwetende.
Zeg: God is mij toereikend; Hij is Degeen die het koninkrijk aller dingen in Zijn greep houdt. Door de kracht van Zijn legers van hemel en aarde en al wat zich daartussen bevindt beschermt Hij wie van Zijn dienaren Hij maar wil. God houdt waarlijk de wacht over alle dingen.
Onmetelijk verheven zijt Gij, o Heer! Bescherm ons tegen wat voor ons en achter ons is, boven ons hoofd, rechts van ons, links van ons, onder onze voeten en aan iedere andere zijde waar wij onbeschut zijn. Waarlijk, Uw bescherming van alle dingen is nimmer aflatend.

De Báb

 

O God, mijn God! Bescherm Uw vertrouwde dienaren tegen het kwaad van zelfzucht en begeerte; behoed hen met het wakend oog Uwer goedertierenheid voor alle wrok, haat en afgunst; beschut hen in de onaantastbare vesting van Uw zorg en maak hen, veilig voor de pijlen van twijfel, de manifestaties van Uw heerlijke tekenen; verlicht hun gelaat met de schitterende stralen uit de dageraad van Uw goddelijke eenheid; verblijd hun hart met de vanuit Uw heilig Koninkrijk geopenbaarde verzen; sterk hun lendenen door Uw albeheersende kracht die voortkomt uit Uw rijk van heerlijkheid. Gij zijt de Almilddadige, de Beschermer, de Almachtige, de Genadige.

‘Abdu’l-Bahá

 

O mijn Heer! Gij weet dat de mensen omringd worden door pijn en rampen en omgeven worden door tegenspoed en moeilijkheden. Allerlei beproevingen vallen de mens ten deel en iedere verpletterende tegenslag komt als de aanval van een slang. Er is geen schuilplaats of toevluchtsoord voor hem dan onder de vleugels van Uw bescherming, behoud, hoede en zorg.
O Gij de Barmhartige! O mijn Heer! Maak Uw bescherming tot mijn pantser, Uw hoede mijn schild, nederigheid aan de deur van Uw één-zijn mijn behoud en Uw zorg en beschutting mijn verblijfplaats en veste. Behoed mij voor de inblazingen van zelfzucht en begeerte, en bescherm mij tegen alle ziekten, beproevingen, moeilijkheden en bezoekingen.
Waarlijk, Gij zijt de Beschermer, de Behoeder, de Bewaarder, de Toereikende, en waarlijk, Gij zijt de Barmhartigste der barmhartigen.

‘Abdu’l-Bahá

 

O Gij vriendelijke en liefhebbende Voorzienigheid! Het oosten is in beweging en het westen woelt als de eeuwige golven van de zee. De zachte bries van heiligheid verspreidt zich, en de stralen van de hemelbol van waarheid schijnen luisterrijk vanuit het ongeziene koninkrijk. De hymnen van goddelijke eenheid weerklinken en de vlaggen van hemelse macht wapperen. De engelenstem wordt aangeheven en roept als het gebulder van de leviathan op tot onbaatzuchtigheid en zelfuitwissing. De triomferende uitroep Yá Bahá’u’l-Abhá weerklinkt van alle kanten, en de roep Yá ‘Alíyyu’l-‘Alá galmt door alle streken. Er beweegt niets in de wereld dan de glorie van de Betoveraar des harten, en buiten het aanzwellen van liefde voor Hem, de Onvergelijkelijke, de Welbeminde is er geen rumoer.
De geliefden van de Heer, met hun naar muskus geurende adem, branden als heldere kaarsen in iedere landstreek, en de vrienden van de Albarmhartige zijn als ontluikende bloemen te vinden in alle gebieden. Geen moment rusten zij; zij ademen slechts in gedachtenis aan U, en hunkeren slechts naar het dienen van Uw Zaak. In de weiden van waarheid zijn zij als kwinkelerende nachtegalen, en in de bloementuin van leiding zijn zij als felgekleurde bloesems. Met mystieke bloemen tooien zij de paden van de Tuin van Werkelijkheid; als wuivende cipressen staan ze langs de oevers van de rivier van Goddelijke Wil. Boven de horizon van het bestaan schijnen zij als stralende sterren; aan het firmament van de wereld fonkelen zij als luisterrijke hemellichamen. De manifestatie van hemelse genade zijn zij, het ochtendkrieken van het licht van goddelijke bijstand.
Geef, o Gij liefhebbend Heer, dat allen vastberaden en sterk mogen staan, stralend in eeuwigdurende pracht, zodat met iedere ademtocht een zachte bries vanuit de priëlen van Uw goedertierenheid mag zweven; dat er wolken vanuit de oceaan van Uw genade mogen ontstaan; dat de milde regen van Uw liefde verfrissing mag bieden, en de zefier het parfum uit de rozengaard van goddelijk eenheid mag verspreiden.
Verleen ons, o Meestgeliefde van de wereld, een straal van Uw Pracht. O Welbeminde van de mensheid, beschijn ons met het licht van Uw Aanschijn.
O almachtig God, beschermt Gij ons en weest onze toevlucht en, o Heer van het zijn, toon Uw macht en Uw heerschappij.
O Gij liefderijk Heer, in sommige regionen zijn opruiers werkzaam en actief, en zij richten dag en nacht zwaar onrecht aan. Tirannen liggen als wolven op de loer, en de onrechtmatig behandelde, onschuldige kudde kent hulp noch toevlucht. Jachthonden volgen het spoor van de gazelles van de velden van goddelijke eenheid, en de fazant in de bergen van hemelse leiding wordt achtervolgd door de raven van jaloezie.
O Gij goddelijke Voorzienigheid, behoed en bescherm ons! O Gij die ons schild zijt, red ons en verdedig ons! Bewaar ons onder Uw beschutting, en verlos ons met Uw hulp van alle kwalen. Gij zijt werkelijk de Ware Beschermer, de ongeziene Behoeder, de goddelijke Bewaarder en de hemelse, liefderijke Heer.

‘Abdu’l-Bahá

Ga naar: Overzicht Gebeden