Bijeenkomsten

Verheerlijkt zijt Gij, o Heer mijn God! Ik smeek U bij de aanstormende wind van Uw genade en bij hen die het ochtendgloren van Uw doel en de dageraadsplaats van Uw bezieling zijn, om tot mij en tot allen die Uw aangezicht hebben gezocht neer te zenden hetgeen Uw edelmoedigheid en vrijgevigheid past en Uw gaven en gunsten waardig is. Arm en eenzaam ben ik, o mijn Heer! Dompel mij in de oceaan van Uw rijkdom; dorstend ben ik, laat mij van de levende wateren van Uw goedertierenheid drinken.
Ik smeek U, bij Uzelf en bij Hem die Gij hebt aangesteld als de Manifestatie van Uw eigen Wezen en Uw onderscheidend woord voor allen die in de hemel en op aarde zijn, om Uw dienaren bijeen te brengen onder de schaduw van de boom van Uw genadige voorzienigheid. Help hen dan van zijn vruchten te nemen, en te luisteren naar het ruisen van zijn bladeren en naar de zoete stem van de Vogel die op zijn takken zingt. Gij zijt waarlijk de Helper in nood, de Ontoegankelijke, de Almachtige, de Milddadigste.

Bahá’u’lláh

 

O Gij barmhartig God! O Gij die machtig en krachtig zijt! O Gij allervriendelijkste Vader! Deze dienaren zijn bijeengekomen, keren zich tot U, smeken aan Uw drempel en verlangen naar Uw oneindige milddadigheid volgens Uw grootse belofte. Zij hebben geen ander doel dan Uw welbehagen. Zij hebben geen andere bedoeling dan het dienen van de wereld der mensheid.
O God! Laat dit gezelschap stralen. Maak de harten mild. Schenk de gaven van de Heilige Geest. Begiftig hen met hemelse kracht. Zegen hen met hemels verstand. Vergroot hun oprechtheid, zodat zij zich volkomen nederig en boetvaardig tot Uw koninkrijk mogen wenden en zich inzetten voor dienstbaarheid aan de wereld der mensheid. Moge ieder een stralende kaars worden. Moge ieder een fonkelende ster worden. Moge ieder prachtig van kleur en welriekend van geur worden in Gods koninkrijk.
O vriendelijk Vader! Verleen Uw zegeningen. Zie niet naar onze tekortkomingen. Beschut ons onder Uw bescherming. Denk niet aan onze zonden. Heel ons met Uw genade. Wij zijn zwak; Gij zijt machtig. Wij zijn arm; Gij zijt rijk. Wij zijn ziek; Gij zijt de Geneesheer. Wij zijn behoeftig; Gij zijt zeer vrijgevig.
O God! Omgeef ons met Uw voorzienigheid. Gij zijt de Krachtige. Gij zijt de Gever. Gij zijt de Weldadige.

‘Abdu’l-Bahá

 

O Gij vriendelijk Heer! Dit zijn Uw dienaren die in deze samenkomst bijeen zijn, zich naar Uw koninkrijk wenden en Uw gaven en zegen behoeven. O Gij God! Maak de tekenen van Uw één-zijn die in alle werkelijkheden des levens gelegd zijn duidelijk zichtbaar. Openbaar en onthul de latente deugden die Gij in deze menselijke werkelijkheden hebt verborgen.
O God! Wij zijn als planten en Uw milddadigheid is als de regen; verfris deze planten en laat ze groeien door Uw gaven. Wij zijn Uw dienaren, bevrijd ons van de ketenen van het stoffelijk bestaan. Wij zijn onwetend, maak ons wijs. Wij zijn dood, maak ons levend. Wij zijn stoffelijk, beziel ons. Wij zijn misdeeld, maak ons Uw mysteriën deelachtig. Wij zijn behoeftig, maak ons rijk en zegen ons vanuit Uw grenzeloze rijkdommen. O God! Doe ons herleven, geef ons zicht, geef ons gehoor, wijd ons in in de mysteriën van het leven, zodat de geheimen van Uw koninkrijk ons in dit bestaan onthuld mogen worden en wij Uw één-zijn mogen belijden. Alle gaven komen van U, elke zegening is door U geschonken.
Gij zijt machtig. Gij zijt krachtig. Gij zijt de Gever, en Gij zijt de Immermilddadige.

‘Abdu’l-Bahá

 

O mijn God! O mijn God! Waarlijk, deze dienaren keren zich tot U en roepen Uw koninkrijk van barmhartigheid aan. Waarlijk, zij zijn aangetrokken door Uw heiligheid en in gloed gezet door het vuur van Uw liefde; zij zoeken bekrachtiging uit Uw wonderbare koninkrijk en hopen Uw hemels rijk te bereiken. Waarlijk, zij hunkeren naar de uitstorting van Uw gaven en verlangen ernaar verlicht te worden door de Zon van Werkelijkheid. O Heer! Maak hen tot helder schijnende lampen, tekenen van barmhartigheid, vruchtdragende bomen en stralende sterren. Mogen zij voorwaarts treden in Uw dienst en met U verbonden worden door de sterke banden van Uw liefde, vol verlangen naar het licht van Uw gunst. O Heer! Maak hen tekenen van leiding, vaandels van Uw onvergankelijk koninkrijk, golven in de zee van Uw genade, spiegels voor het licht van Uw majesteit.
Waarlijk, Gij zijt de Edelmoedige. Waarlijk, Gij zijt de Barmhartige. Waarlijk, Gij zijt de Dierbare, de Geliefde.

‘Abdu’l-Bahá

 

O Gij vergevingsgezinde God! Deze dienaren richten zich tot Uw koninkrijk en verlangen naar Uw genade en milddadigheid. O God! Maak hun hart zuiver en goed opdat zij Uw liefde waardig mogen worden. Zuiver en heilig hun geest opdat het licht van de Zon van Werkelijkheid op hen mag schijnen. Zuiver en heilig hun ogen opdat zij Uw licht mogen waarnemen. Zuiver en heilig hun oren opdat zij de roep van Uw koninkrijk mogen horen.
O Heer! Wij zijn waarlijk zwak, doch Gij zijt machtig. Wij zijn waarlijk arm, doch Gij zijt rijk. Wij zijn zoekende, en Gij zijt de Gezochte. O Heer! Heb mededogen met ons en vergeef ons; verleen ons dat vermogen en die ontvankelijkheid waardoor wij Uw gaven waardig zullen zijn en tot Uw koninkrijk worden aangetrokken, opdat wij met diepe teugen van het water des levens zullen drinken, in vlam gezet mogen worden door het vuur van Uw liefde en weer tot leven gewekt door de adem van de Heilige Geest in deze stralende eeuw.
O God, mijn God! Laat de blik van Uw goedertierenheid op deze bijeenkomst rusten. Neem eenieder veilig onder Uw hoede en bescherming. Zend Uw hemelse zegeningen neer op deze zielen. Dompel hen in de oceaan van Uw barmhartigheid, en doe hen herleven door de ademtochten van de Heilige Geest.
O Heer! Verleen deze rechtvaardige regering Uw genadige hulp en bevestiging. Dit land staat onder de beschuttende schaduw van Uw bescherming, en dit volk is U dienstbaar. O Heer! Schenk het Uw hemelse gaven en laat de uitstorting van Uw genade en gaven ruim en overvloedig zijn. Vergun dat deze geachte natie aanzien geniet, en stel haar in staat Uw koninkrijk binnen te gaan.
Gij zijt de Krachtige, de Almogende, de Barmhartige, en Gij zijt de Edelmoedige, de Weldadige, de Heer van overvloedige genade.

‘Abdu’l-Bahá

 

O Goddelijke Voorzienigheid! Dit gezelschap bestaat uit Uw vrienden die zijn aangetrokken tot Uw schoonheid en in vlam zijn gezet met het vuur van Uw liefde. Verander deze zielen in hemelse engelen, doe hen opleven door de adem van de Heilige Geest, geef hun een welsprekende tong en een vastberaden hart, schenk hun hemelse kracht en maak hen meedogend, laat hen voorvechters worden van het één-zijn van de mensheid en de oorzaak van liefde en harmonie in de wereld der mensheid, zodat de hachelijke duisternis van blinde vooroordelen verdreven mag worden door het licht van de Zon der Waarheid, deze sombere wereld verlicht mag worden, dit stoffelijk rijk de stralen van de geestelijke wereld mag opnemen, deze verschillende kleuren tot één kleur mogen worden en er lofzangen naar het koninkrijk van Uw heiligheid mogen stijgen.
Waarlijk, Gij zijt de Almogende en de Almachtige!

‘Abdu’l-Bahá

 

O Gij liefdevolle Verzorger! Deze zielen hebben gehoor gegeven aan de roep van het Koninkrijk, en hebben de glorie van de Zon der Waarheid aanschouwd. Zij zijn opgestegen naar het verfrissende uitspansel van liefde; zij worden bekoord door Uw aard, en zij aanbidden Uw schoonheid. Zij keren zich tot U, spreken samen van U, bezoeken Uw woning en dorsten naar de waterstromen van Uw hemelse rijk.
Gij zijt de Gever, de Schenker, de Immerliefhebbende.

‘Abdu’l-Bahá

 

O Gij Meedogende, Almachtige! Deze hier bijeengekomen zielen hebben hun gelaat in aanbidding tot U gekeerd. Met de uiterste nederigheid en ootmoed zien zij naar Uw Koninkrijk en smeken zij U om gratie en vergeving. O God! Sluit dit gezelschap in Uw hart. Heilig deze zielen en beschijn hen met het licht van Uw leiding. Verlicht hun hart en verblijd hun gemoed met Uw blijde boodschap. Ontvang hen allen in Uw heilig Koninkrijk, schenk hun Uw onuitputtelijke milddadigheid, maak hen gelukkig in deze wereld en in de wereld die komen zal. O God! Wij zijn zwak, geef ons kracht. Wij zijn arm, verleen ons Uw onbegrensde rijkdommen. Wij zijn ziek, schenk ons Uw goddelijke genezing. Wij zijn krachteloos, geef ons Uw hemelse kracht. O Heer! Maak ons nuttig in deze wereld, bevrijd ons uit de staat van zelfzucht en begeerte. O Heer! Maak ons eensgezind in Uw liefde en maak dat wij al Uw kinderen liefhebben. Bekrachtig ons in dienstbaarheid aan de wereld der mensheid, zodat wij dienaren van Uw dienaren mogen worden, opdat wij al Uw schepselen zullen liefhebben en Uw gehele volk mededogen zullen betonen. O Heer, Gij zijt de Almachtige. Gij zijt de Barmhartige. Gij zijt de Vergevende. Gij zijt de Almogende.

‘Abdu’l-Bahá

 

Het Negentiendaagsfeest

O God! Verdrijf al hetgeen de oorzaak van onenigheid is, en bereid voor ons al wat eenheid en overeenstemming brengt! O God! Laat hemelse geuren op ons neerdalen en maak van deze bijeenkomst een hemelse bijeenkomst! Geef ons alle voedsel en al het goede. Bereid ons het voedsel der liefde! Geef ons het voedsel der kennis! Schenk ons het voedsel van hemelse verlichting!

‘Abdu’l-Bahá

Ga naar: Overzicht Gebeden