Dienstbaarheid

O God, en de God aller namen, en de Maker der hemelen! Ik smeek U bij Uw Naam waardoor Hij die het ochtendgloren van Uw macht en de dageraadsplaats van Uw kracht is werd gemanifesteerd, waardoor alles van vaste stof vloeibaar werd, en elk levenloos lichaam tot leven kwam, en iedere bezielende geest bevestigd werd – ik smeek U mij in staat te stellen mij van alle gehechtheid aan iemand buiten U te ontdoen, en Uw Zaak te dienen, en te wensen hetgeen Gij door de kracht van Uw soevereiniteit wenst, en te volvoeren hetgeen Uw wil behaagt.
Daarenboven smeek ik U, o mijn God, voor mij te beschikken hetgeen mij zo rijk maakt dat ik niemand buiten U van node zal hebben. Gij ziet mij, o mijn God, met naar U gekeerd gelaat en met mijn handen geklemd aan het koord van Uw genade. Zend mij Uw barmhartigheid, en schrijf voor mij neer wat Gij voor Uw uitverkorenen hebt neergeschreven. Krachtig zijt Gij te doen naar Uw behagen. Geen God is er dan Gij, de Immervergevende, de Almilddadige.

Bahá’u’lláh

Ik prijs U, o mijn God, aangezien de geur van Uw goedertierenheid mij in vervoering heeft gebracht, en de zachte bries van Uw barmhartigheid mij in de richting van Uw milddadige gaven heeft doen neigen. Laat mij, o mijn Heer, uit de hand van Uw goedertierenheid drinken van het levende water waardoor eenieder die ervan gedronken heeft zich heeft kunnen ontdoen van alle gehechtheid aan iemand buiten U, en zijn vlucht heeft kunnen nemen naar de sferen van onthechting van al Uw schepselen, en zijn oog heeft kunnen vestigen op Uw liefdevolle voorzienigheid en Uw veelvuldige gaven.
Maak, o mijn Heer, dat ik onder alle omstandigheden bereid ben U te dienen en mij te richten op het aanbeden heiligdom van Uw Openbaring en van Uw Schoonheid. Maak mij, als het U behaagt, als een teer kruid dat groeit op de velden van Uw genade, opdat de zachte bries van Uw wil mij kan beroeren en mij naar Uw wil buigt, op zulk een wijze dat mijn stilstaan en bewegen geheel en al door U worden aangestuurd.
Gij zijt Degeen door Wiens Naam het verborgen geheim werd onthuld en de welbewaarde Naam werd geopenbaard en de zegels van de verzegelde bokaal werden verbroken, waarmee zijn geur verspreid werd over de gehele schepping van verleden en toekomst. O mijn Heer, de dorstige haast zich de levende wateren van Uw genade te bereiken en het armzalige schepsel verlangt ernaar zich in de oceaan van Uw rijkdom onder te dompelen.
Ik zweer bij Uw glorie, o Heer, Gij de geliefde van de wereld en het verlangen van allen die U erkennen! Ik word zwaar gekweld door de smart van mijn gescheiden zijn van U in de dagen dat de Zon van Uw aanwezigheid zijn stralen over Uw volk verspreidt. Schrijf dan voor mij de beloning neer zoals verordend voor hen die Uw gelaat hebben aanschouwd en met Uw instemming het hof van Uw troon hebben betreden, en U op Uw bevel van aangezicht tot aangezicht hebben ontmoet.
Ik smeek U, o mijn Heer, bij Uw Naam welks luister de hemelen en de aarde omvat, mij in staat te stellen mijn wil zo te onderwerpen aan hetgeen Gij in Uw tafelen hebt bevolen dat ik in mij geen andere wens meer zal ontdekken dan hetgeen Gij hebt gewenst door de kracht van Uw soevereiniteit, en geen andere wil dan Gij voor mij hebt bestemd door Uw wil.
Waarheen zal ik mij wenden, o mijn God, waar ik immers niet bij machte ben enige andere weg te ontdekken dan de weg die Gij Uw uitverkorenen hebt gewezen? Alle atomen der aarde verkondigen dat Gij God zijt en getuigen dat er geen God buiten U is. Gij zijt van oudsher bij machte te doen hetgeen Gij wilt en te beschikken naar Uw behagen.
Bestemt Gij dan voor mij, o mijn Heer, wat mij te allen tijde op U gericht zal doen zijn, en laat mij me voortdurend aan het koord van Uw genade vasthouden en Uw Naam verkondigen en mijn blik richten op hetgeen uit Uw pen vloeit. Ik ben arm en alleen, o mijn Heer, en Gij zijt de Albezitter, de Allerhoogste. Heb dan medelijden met mij door het wonder van Uw barmhartigheid, en zend ieder moment van mijn leven die dingen tot mij neer waarmee Gij het hart hebt herschapen van al diegenen Uwer schepselen die Uw eenheid hebben erkend en van al Uw mensen die U geheel zijn toegewijd.
Gij zijt waarlijk de Almachtige, de Verhevenste, de Alwetende, de Alwijze.

Bahá’u’lláh

Ga naar: Overzicht Gebeden