Geestelijke Raad

Reciteer dit gebed telkens als u de raadskamer binnengaat met een hart dat bonst van liefde voor God en een tong die is gezuiverd van alles buiten het Hem gedenken, opdat de Almachtige u genadiglijk zal bijstaan om de hoogste overwinning te behalen.

O God, mijn God! Wij zijn Uw dienaren die zich vol toewijding tot Uw heilig Gelaat hebben gekeerd en die zich in deze glorierijke Dag van alles buiten U hebben bevrijd. Wij zijn in deze Geestelijke Raad tezamen, verenigd in onze inzichten en gedachten, met het eensgezinde doel Uw Woord onder de mensheid te verheerlijken. O Heer, onze God! Maak ons de tekenen van Uw goddelijke Leiding, de vaandels van Uw verheven Geloof onder de mensen, dienaren van Uw machtig Verbond, o Gij onze Allerhoogste Heer, manifestaties van Uw goddelijke Eenheid in Uw Abhá-koninkrijk en schitterende sterren die over alle gebieden stralen. Heer! Help ons zeeën te worden die deinen met de golven van Uw wondere genade, wateren die voortstromen vanuit Uw alglorierijke hoogten, kostelijke vruchten aan de boom van Uw hemelse Zaak, bomen die in Uw hemelse wijngaard wuiven op de bries van Uw milddadigheid. O God! Maak onze ziel afhankelijk van de verzen van Uw goddelijke eenheid, verheug ons hart met de uitstortingen van Uw genade, opdat wij ons als de golven van één zee verenigen en als de stralen van Uw schitterend licht samenkomen, opdat onze gedachten, onze inzichten en onze gevoelens tot één werkelijkheid worden die de geest van verbondenheid zichtbaar maakt in de gehele wereld. Gij zijt de Genadige, de Milddadige, de Schenker, de Almachtige, de Barmhartige, de Meedogende.

‘Abdu’l-Bahá

 

Kom tezamen in pure blijdschap en reciteer dit gebed bij het begin van de vergadering:

O Gij Heer van het Koninkrijk! Al zijn wij hier fysiek aanwezig, wordt ons betoverde hart weggevoerd door Uw liefde, en raken wij in vervoering door de stralen van Uw schitterend gelaat. Zwak als wij zijn, zien wij uit naar de openbaringen van Uw macht en kracht. Arm als wij zijn, zonder goederen of middelen, toch halen wij rijkdommen uit de schatten van Uw Koninkrijk. Al zijn wij druppels, toch putten wij uit de diepten van Uw oceaan. Al zijn wij stofdeeltjes, toch glinsteren wij in de pracht van Uw luisterrijke Zon.
O Gij onze Verzorger! Zend ons Uw hulp, opdat eenieder die hier aanwezig is een brandende kaars worde, ieder een middelpunt van aantrekkingskracht, ieder een ontbieder tot Uw hemels rijk, en wij dit ondermaanse tenslotte tot het evenbeeld van Uw Paradijs maken.

‘Abdu’l-Bahá

 

Gebed om bij de sluiting van de vergadering van de Geestelijke Raad te zeggen.

O God! O God! Zie vanuit Uw onzichtbare koninkrijk van één-zijn hoe wij in deze geestelijke vergadering bijeen zijn, in U gelovend, vol vertrouwen in Uw tekenen, standvastig in Uw Verbond en Testament, tot U aangetrokken, aangestoken met het vuur van Uw liefde en oprecht in Uw Zaak. Wij zijn dienaren in Uw wijngaard, verspreiders van Uw religie, toegewijde aanbidders van Uw aangezicht, nederig jegens Uw geliefden, ootmoedig aan Uw deur, en wij smeken U ons te bekrachtigen in het dienen van Uw uitverkorenen, ons bij te staan met Uw onzichtbare scharen, onze lendenen te sterken in dienstbaarheid aan U en ons tot onderdanige en U vererende dienaren te maken die zich met U onderhouden.
O onze Heer! Wij zijn zwak, en Gij zijt de Krachtige, de Machtige. Wij zijn levenloos en Gij zijt de grote levenschenkende Geest. Wij zijn behoeftig en Gij zijt de Schragende, de Krachtige.
O onze Heer! Keer ons gelaat naar Uw barmhartig aangezicht, voed ons met Uw overvloedige genade van Uw hemelse dis, sta ons bij met Uw verheven engelenscharen en bekrachtig ons door de heiligen van het Koninkrijk van Abhá.
Waarlijk, Gij zijt de Grootmoedige, de Barmhartige. Gij zijt de Bezitter van grote milddadigheid en waarlijk, Gij zijt de Goedertierene en de Genadige.

‘Abdu’l-Bahá

Ga naar: Overzicht Gebeden