Mensheid

Mijn God, die ik aanbid en vereer! Ik getuig van Uw eenheid en Uw één-zijn en erken Uw gaven van verleden en heden. Gij zijt de Almilddadige, Wiens overvloedige genaderegens over hoog en laag zijn uitgestort, en Wiens stralende barmhartigheid zowel over de gehoorzamen als de opstandigen is uitgegoten.
O God van erbarmen, aan Wiens deur de kern van erbarmen knielt en rond het heiligdom van Wiens Zaak het diepste wezen van goedertierenheid cirkelt, wij bidden U, Uw aloude genade afsmekend en Uw huidige gunst zoekend, dat Gij allen die de belichaming van de bestaanswereld zijn genadig moogt zijn, en hen de uitstortingen van Uw genade in Uw dagen niet onthoudt.
Allen zijn slechts arm en behoeftig, en Gij zijt waarlijk de Albezitter, de Albeheerser, de Alvermogende.

Bahá’u’lláh

 

O Gij meedogend Heer, Gij die vrijgevig en bekwaam zijt! Wij zijn Uw dienaren die door Uw voorzienigheid worden beschut. Laat Uw blik van genegenheid op ons rusten. Schenk onze ogen licht, onze oren gehoor, en ons hart begrip en liefde. Breng onze ziel vreugde en geluk met Uw blijde tijdingen. O Heer! Wijs ons het pad naar Uw koninkrijk en doe ons allen herleven met de adem van de Heilige Geest. Verleen ons eeuwig leven en bekleed ons met oneindige eer. Verenig het mensdom en verlicht de wereld der mensheid. Mogen wij allen Uw pad volgen, naar Uw goedertierenheid verlangen en naar de mysteriën van Uw koninkrijk zoeken. O God! Verenig ons en verbind onze harten met Uw onverbrekelijke band. Waarlijk, Gij zijt de Gever, Gij zijt de Vriendelijke en Gij zijt de Almachtige.

‘Abdu’l-Bahá

 

O Gij vriendelijk Heer! O Gij die edelmoedig en barmhartig zijt! Wij zijn dienaren van Uw drempel, bijeengebracht onder de beschuttende schaduw van Uw goddelijke eenheid. De zon van Uw barmhartigheid beschijnt allen en de wolken van Uw genade storten hun regen over allen uit. Uw gaven omvatten allen, Uw liefdevolle voorzienigheid schraagt allen, Uw bescherming beschut allen en de blik van Uw genegenheid rust op allen. O Heer! Verleen ons Uw oneindige gaven en laat het licht van Uw leiding schijnen. Verlicht de ogen en verblijd de harten met blijvende vreugde. Begiftig alle mensen met een nieuwe geest en schenk hun eeuwig leven. Open de poorten van waar begrip en laat het licht van geloof helder schijnen. Breng alle mensen bijeen onder de schaduw van Uw genade en laat hen zich in harmonie verenigen, zodat zij als de stralen van één zon mogen worden, als de golven van één zee en de vruchten van één boom. Mogen zij drinken uit dezelfde bron. Moge zij verfrist worden door dezelfde bries. Mogen zij verlicht worden door dezelfde lichtbron. Gij zijt de Gever, de Genadige, de Alvermogende.

‘Abdu’l-Bahá

 

O Gij liefderijk Heer! Gij hebt de gehele mensheid geschapen uit dezelfde ouders. Gij hebt beschikt dat allen tot dezelfde familie behoren. In Uw heilige tegenwoordigheid zijn allen Uw dienaren, en de gehele mensheid wordt door Uw tabernakel beschut; allen zijn verzameld rond Uw Tafel van overvloed; allen worden verlicht met het licht van Uw voorzienigheid.
O God! Gij zijt vriendelijk voor allen, Gij zorgt voor allen, beschut allen en verleent leven aan allen. Gij hebt eenieder met talenten en mogelijkheden begiftigd, en allen zijn gedompeld in de oceaan van Uw genade.
O Gij, liefderijk Heer! Verenig allen. Laat de godsdiensten eensgezind zijn; maak de volkeren één, zodat zij elkaar als één familie zullen beschouwen en de gehele aarde als één thuis. Mogen zij allen in volmaakte harmonie samenleven.
O God! Hef hoog het vaandel van het één-zijn der mensheid.
O God! Sticht de Allergrootste Vrede.
Smeed de harten aaneen, o God!
O Gij, liefderijk Vader, God! Verblijd ons hart met de geur van Uw liefde. Verhelder onze ogen met het licht van Uw leiding. Streel onze oren met de melodie van Uw Woord, en beschut ons allen in de vesting van Uw voorzienigheid.
Gij zijt de Machtige en de Krachtige, Gij zijt de Vergevende en Gij zijt Degeen die de tekortkomingen van de gehele mensheid niet telt.

‘Abdu’l-Bahá

 

O God, o Gij die Uw luister over de schitterende werkelijkheid der mensen hebt uitgestort, hen met het luisterrijke licht van kennis en leiding hebt beschenen, hen uit al het geschapene voor deze hemelse genade hebt uitverkoren en hebt gezorgd dat zij alle dingen bevatten, de diepste essentie ervan begrijpen en hun mysteriën onthullen door ze uit de duisternis in de zichtbare wereld te brengen! “Hij toont Zijn bijzondere genade waarlijk aan al wie Hij wil.”
O Heer, help Uw geliefden om kennis te verwerven, zich de wetenschappen en kunsten eigen te maken, en de geheimen te ontrafelen die als een schat diep binnenin de werkelijkheid van alle geschapen wezens bewaard liggen. Laat hen de verborgen waarheden horen die diep in de kern van alle bestaan geschreven staan. Laat hen tekenen van leiding worden onder alle schepselen, en doordringende stralen van de geest die hun licht uitstorten in dit “eerste leven.”
Maak hen loodsen naar U, gidsen naar Uw pad, boodschappers die de mensen oproepen tot Uw Koninkrijk.
Gij zijt waarlijk de Krachtige, de Beschermer, de Sterke, de Verdediger, de Machtige, de Edelmoedigste.

‘Abdu’l-Bahá

Ga naar: Overzicht Gebeden