Overwinning van de Zaak

Gij ziet, o mijn God, hoe Uw geliefden omringd zijn door de opstandigen onder Uw schepselen en de verdorvenen onder Uw volk. Er is geen land waar het weeklagen van Uw minnaars en de jammerklachten van Uw uitverkorenen niet weerklinken. Ik smeek U bij Uw Allergrootste Naam de hand van kracht uit de boezem van Uw macht tevoorschijn te halen en daarmee allen die U liefhebben bij te staan.
Gij aanschouwt hen, o mijn God, met hun ogen naar U geheven, hun blik op de Dageraad van Uw macht en Uw liefdevolle voorzienigheid gericht. O mijn Heer, verander hun vernedering in glorie, hun armoede in rijkdom en hun zwakte in een uit U geboren kracht.
Machtig zijt Gij te doen al hetgeen Gij wilt. Geen God is er buiten U, de Alwetende, de Welingelichte.

Bahá’u’lláh

 

Glorie zij U, o Heer mijn God! Maak de rivieren van Uw soevereine macht zichtbaar, opdat de wateren van Uw Eenheid de diepste werkelijkheid aller dingen mogen doorstromen, op zulk een wijze dat de banier van Uw onfeilbare leiding geheven wordt in het koninkrijk van Uw gebod, en de sterren van Uw goddelijke luister helder mogen schijnen aan de hemel van Uw majesteit.
Machtig zijt Gij te doen naar Uw behagen. Gij zijt waarlijk de Helper in nood, de Bij-zich-bestaande.

Bahá’u’lláh

 

O God, mijn God, laat mij niet afgehouden worden van de hemel van Uw gunsten en de Dagster van Uw gaven. Ik smeek U bij dat Woord waarmee Gij al het zichtbare en onzichtbare hebt onderworpen om mij bij te staan en Uw uitverkorenen bij te staan om datgene te volbrengen wat Uw Zaak onder Uw dienaren en in al Uw gebieden zal verheffen. Beschik dan voor mij al het goede dat Gij in Uw Boek hebt neergezonden.
Waarlijk, Gij zijt de Almachtige, de Immervergevende, de Grootmoedigste.

Bahá’u’lláh

 

Glorie zij U, o Heer, Gij die al het geschapene tot leven hebt gewekt door de kracht van Uw bevel.
O Heer! Sta diegenen bij die van alles buiten U afstand hebben genomen, en schenk hun een klinkende overwinning. Zend de scharen der engelen van hemel en aarde en al wat daartussen is op hen neer, o Heer, om Uw dienaren te helpen, om hen bij te staan en te sterken, om hen succesvol te laten zijn, om hen te schragen, om hen met glorie te bekleden, om hen te verheffen en eer te verlenen, om hen te verrijken en te laten zegevieren met een wondere zege.
Gij zijt hun Heer, de Heer van hemelen en aarde, de Heer aller werelden. Sterk dit Geloof, o Heer, door de kracht van deze dienaren, en laat hen zegevieren over alle volkeren der wereld; daar zij in waarheid Uw dienaren zijn die zich hebben losgemaakt van alles buiten U, en Gij waarlijk de beschermer van ware gelovigen zijt.
Vergun, o Heer, dat hun hart door hun trouw aan dit onschendbare Geloof van U sterker mag worden dan alles in de hemelen en op aarde en in al wat daartussen is; en sterk hun handen, o Heer, met de tekenen van Uw wonderbare kracht, zodat zij Uw kracht mogen aantonen voor het oog van de gehele mensheid.

De Báb

 

O Heer! Maak de snelle groei van de boom van Uw goddelijke Eenheid mogelijk; begiet hem daartoe, o Heer, met het stromend water van Uw welbehagen, en laat hem, ten overstaan van de openbaringen van Uw goddelijke bevestiging, de vruchten voortbrengen die Gij wenst voor Uw glorie en verheffing, voor Uw lof en dankzegging, en om Uw Naam te verheerlijken, om het één-zijn van Uw Essentie te vereren en om U te aanbidden, aangezien dit alles in Uw macht ligt en niet in die van iemand anders.
Groot is de gelukzaligheid van hen wier bloed Gij hebt uitverkoren voor het begieten van de boom van Uw bekrachtiging en het aldus verheffen van Uw heilig en onveranderlijk Woord.

De Báb

 

O Heer! Laat Uw verdraagzame dienaren overwinnen in Uw dagen door hun een passende zege te schenken, daar zij naar het martelaarschap op Uw pad verlangen. Zend tot hen neer hetgeen hun gemoed zal vertroosten, hun innerlijk zal verblijden, hun hart gerust zal stellen, hun lichaam tot kalmte zal brengen en hun ziel in staat zal stellen op te stijgen tot de tegenwoordigheid van God, de Verhevenste, en het allerhoogste paradijs en die glorieuze toevluchtsoorden te bereiken die Gij hebt bestemd voor de mensen met ware kennis en deugd. Waarlijk, Gij kent alle dingen, terwijl wij slechts Uw dienaren zijn, Uw slaven, Uw horigen en Uw armen. Geen ander Heer dan U roepen wij aan, o God onze Heer, noch smeken wij zegen of genade van iemand anders dan U, o Gij die de God van erbarmen met deze wereld en de volgende zijt. Wij zijn slechts de belichaming van armoede, van nietigheid, van hulpeloosheid en van ondergang, waar Uw gehele Wezen een teken is van rijkdom, onafhankelijkheid, glorie, majesteit en oneindige genade.
O Heer, verander hetgeen ons toekomt in wat U in deze wereld en de volgende goeddunkt, en met de vele gaven die van boven tot aan de aarde naar beneden reiken.
Waarlijk, Gij zijt onze Heer en de Heer aller dingen. In Uw handen leggen wij ons lot, smachtend naar al wat bij U is.

De Báb

 

O Heer! Geef dat alle volkeren der aarde toegang tot het paradijs van Uw Geloof verkrijgen, opdat geen enkel schepsel buiten de grenzen van Uw welbehagen blijve.
Sinds onheuglijke tijden waart Gij machtig te doen naar Uw behagen en verheven boven al wat Gij wenst.

De Báb

 

O God, mijn God! Geprezen zijt Gij dat Gij het vuur van goddelijke liefde in de Heilige Boom op de top van de verhevenste berg hebt ontstoken; die Boom die “noch van het Oosten, noch van het Westen” is, dat vuur dat oplaaide tot de vlam ervan tot de hemelse Scharen omhoog steeg, en deze werkelijkheden daaruit het licht van leiding opvingen, waarna zij uitriepen: “Waarlijk hebben wij een vuur op de helling van de berg Sinaï ontwaard.”
O God, mijn God! Doe dit vuur dag aan dag toenemen totdat de kracht ervan de gehele aarde in beweging brengt. O Gij, mijn Heer! Ontsteek het licht van Uw liefde in ieder hart, adem de geest van Uw kennis in ‘s mensen ziel, verblijd hun gemoed met de verzen van Uw één-zijn. Roep hen die zich in hun graf bevinden tot leven, waarschuw de hoogmoedigen, laat er alom blijdschap zijn, zend Uw kristalheldere wateren neer en laat de kelk die is “toebereid aan de kamferbron” rondgaan in het gezelschap van zichtbare pracht.
Gij zijt voorwaar de Gevende, de Vergevende, de Immerschenkende. Gij zijt voorwaar de Barmhartige, de Meedogende.

‘Abdu’l-Bahá

 

Hij is God!
O Heer, mijn God, mijn Inniggeliefde!
Dit zijn Uw dienaren die Uw stem hebben gehoord, die Uw woord hebben beluisterd en gehoor hebben gegeven aan Uw roep. Zij geloven in U, hebben Uw wondere daden aanschouwd, Uw bewijs erkend en getuigenis van U afgelegd. Zij hebben Uw wegen bewandeld, Uw leiding gevolgd, Uw mysteriën ontdekt en de geheimen van Uw boek, de verzen van Uw geschriften en de boodschappen van Uw brieven en tafelen begrepen. Zij hebben zich aan de zoom van Uw gewaad geklemd en houden zich vast aan de mantel van Uw licht en verhevenheid. Hun voetstappen zijn gesterkt in Uw Verbond en hun hart is hecht in Uw Testament. Heer! Ontsteekt Gij toch in hun hart de vlam van Uw goddelijke aantrekkingskracht en geef dat de vogel van liefde en begrip in hun hart mag zingen. Geef dat zij krachtige tekenen, schitterende vaandels en volmaakt als Uw Woord mogen worden. Verhef door hen Uw Zaak, ontplooi Uw banieren en maak Uw wonderen wijd en zijd bekend. Laat Uw Woord door hen zegevieren en sterk de lendenen van Uw geliefden. Maak hun tong los om Uw Naam te loven en beziel hen om naar Uw heilige wil en welbehagen te handelen. Verlicht hun gelaat in Uw koninkrijk van heiligheid en maak hun vreugde volmaakt door hen te helpen opstaan voor de zege van Uw Zaak.
Heer! Zwak zijn wij, sterk ons om de geuren van Uw heiligheid te verbreiden; arm zijn wij, verrijk ons met de schatten van Uw goddelijke Eenheid; naakt zijn wij, kleed ons met de mantel van Uw milddadigheid; zondig zijn wij, vergeef ons onze zonden door Uw genade, Uw gunst en Uw vergiffenis. Gij zijt waarlijk onze Steun, de Helper, de Genadige, de Machtige, de Krachtige.
De heerlijkheid der heerlijkheden ruste op hen die getrouw en standvastig zijn.

‘Abdu’l-Bahá

Ga naar: Overzicht Gebeden