Tafel van Ahmad

“Deze dagelijkse verplichte gebeden en enkele andere speciale gebeden, zoals het Genezingsgebed en de Tafel van Aḥmad, zijn door Bahá’u’lláh met bijzondere kracht en betekenis bekleed en moeten daarom als zodanig worden aanvaard en door de gelovigen worden gereciteerd met onvoorwaardelijk geloof en vertrouwen, opdat zij steeds inniger in God zullen opgaan en zich steeds meer vereenzelvigen met Zijn wetten en voorschriften.”

Uit een brief geschreven namens Shoghi Effendi.

 

Hij is de Koning, de Alwetende, de Wijze!
Zie, de Nachtegaal van het Paradijs zingt op de twijgen van de Boom van Eeuwigheid met heilige en lieflijke melodie, verkondigt de oprechten de blijde tijding van het nabij zijn van God, roept hen die in de goddelijke Eenheid geloven op tot het hof van de tegenwoordigheid van de Grootmoedige, meldt de onthechten de boodschap die door God, de Koning, de Glorierijke, de Weergaloze is geopenbaard en leidt de minnaars naar de zetel van heiligheid en naar deze stralende Schoonheid.
Waarlijk, dit is die Allergrootste Schoonheid voorzegd in de Boeken der Boodschappers, door Wie de waarheid zal worden onderscheiden van de dwaling en de wijsheid van ieder gebod zal worden getoetst. Waarlijk, Hij is de Boom des Levens die de vruchten voortbrengt van God, de Verhevene, de Krachtige, de Grote.
O Aḥmad! Getuig dat Hij waarlijk God is en dat er geen God is buiten Hem, de Koning, de Beschermer, de Onvergelijkelijke, de Almachtige. En dat Degeen die Hij uitzond onder de naam ‘Alí de Ware van God was, naar Wiens geboden wij ons allen voegen.
Zeg: O volk, gehoorzaam de verordeningen van God die in de Bayán zijn voorgeschreven door de Glorierijke, de Wijze. Waarlijk, Hij is de Koning der Boodschappers en Zijn Boek is het Moederboek, wist gij het slechts.
Aldus laat de Nachtegaal u vanuit deze gevangenis Zijn roep horen. Hij heeft slechts deze klare boodschap te brengen. Al wie dit wenst kere zich van deze raad af en al wie dit wenst kieze de weg naar zijn Heer.
O mensen, als gij deze verzen verloochent, door welk bewijs hebt gij dan in God geloofd? Toont het, o gij gezelschap van trouwelozen.
Neen, bij Hem in Wiens hand mijn ziel is, zij zijn niet in staat dit te doen en zullen dat ook nooit zijn, zelfs al zouden zij zich verenigen om elkaar te helpen.
O Aḥmad! Vergeet Mijn weldaden niet terwijl Ik afwezig ben. Gedenk in uw dagen Mijn dagen en Mijn smart en verbanning in deze afgelegen gevangenis. En wees zo standvastig in Mijn liefde dat uw hart niet zal weifelen, zelfs als de zwaarden der vijanden op u neerregenen en al de hemelen en de aarde tegen u opstaan.
Wees als een vuurzuil voor Mijn vijanden en een rivier van eeuwig leven voor Mijn geliefden, en behoor niet tot hen die twijfelen.
En als gij door beproeving wordt overvallen op Mijn pad of wordt vernederd om Mijnentwil, laat het u niet deren.
Vertrouw op God, uw God en de Heer uwer vaderen. Want de mensen dolen op dwaalwegen, verstoken van het vermogen God met eigen oog te zien of met eigen oor Zijn melodie te horen. Zo vonden Wij hen, zoals ook gij getuigt.
Aldus werd hun bijgeloof een sluier tussen hen en hun eigen hart en weerhield het hen van het pad van God, de Verhevene, de Grote.
Wees er in uzelf van overtuigd dat hij die zich van deze Schoonheid afwendt, zich waarlijk ook van de Boodschappers in het verleden heeft afgewend en van eeuwigheid tot eeuwigheid vol hoogmoed is jegens God.
Leer deze Tafel goed, o Aḥmad. Zing haar gedurende uw dagen en laat dit niet na. Want God bestemde voor degeen die haar zingt waarlijk de beloning van honderd martelaren en het voorrecht te dienen in beide werelden. Deze gunsten hebben Wij u verleend als een weldaad van Onze kant en een genade van Onze tegenwoordigheid, dat gij moogt behoren tot hen die dankbaar zijn.
Bij God! Leest iemand die in kommer of smart verkeert in volkomen oprechtheid deze Tafel, dan zal God zijn verdriet verdrijven, zijn moeilijkheden oplossen en zijn beproevingen wegnemen.
Waarlijk, Hij is de Genadige, de Meedogende. Ere zij God, de Heer aller werelden.

Bahá’u’lláh

Ga naar: Overzicht Gebeden